Gauīya-Vaiṣṇava-sampradāya 

 

De Gauīya-Vaiṣṇava-sampradāya bestaat uit mijn volgende zuivere toegewijden: 

1. Śrī Caitanya Mahāprabhu; 2. Rūpa (Svarūpa, Sanātana); 3. Raghunātha, Jīva; 4. Kṛṣṇadāsa; 5. Narottama; 6. Viśvanātha; 7. (Baladeva) Jagannātha; 8. Bhaktivinoda; 9. Gaurakiśora; 10. Bhaktisiddhānta Sarasvatī; 

 

11. Zijne Goddelijke Genade Śrī Śrīmad A.C. Bhaktivedanta Swami Prabhupāda, die door zijn leerlingen Śrīla Prabhupāda wordt genoemd.

Op deze foto ziet u Śrīla Prabhupāda zitten op een troon. Hij bespeelt zijn karatālas. Hij heiligt de Namen van God samen met zijn leerlingen en bezoekers.

Zijn hele leven lang chantte hij de Mahā-mantra ook met een bidsnoer die bestaat uit 108 kralen + 1, die God voorstelt. Als hij zo bij God uitkwam, draaide hij zijn bidsnoer om en reciteerde hij de heilige Namen van God weer in de andere richting. De kralen zijn netjes opgeborgen in een zakje, waarin hij zijn hand had gestoken om zijn "rondjes" te chanten. Alle leerlingen van hem chanten tenminste 16 "rondjes" van de heilige Namen van God.

Śrīla Prabhupāda heeft de Relatieve wereld verlaten op 14 november 1977. Hij is de geestelijk leraar van:

12. Kṛṣṇānanda. Dus als u God's heilige Namen ook wilt chanten, dan wordt u aangeraden om contact op te nemen met Kṛṣṇānanda prabhu die u verder kan informeren.